De witte kwikstaart ( White Wagtail )

De witte kwikstaart is een zeer algemene en wijdverspreide broedvogel van open gebieden: ze komen voor nabij dorpen en steden en akkers maar ook in toendra en half-woestijnen.

Lengte ongeveer 18 cm, gewicht tussen de 19 en 27 gram

Hij nestelt in natuurlijke half-holen en nissen of in schuren, spleten in muren etc. Het nest wordt gemaakt van mos, takjes, bladeren en gras. 
De witte kwikstaart broedt april-augustus met 2 broedsels. 3 tot 5      bruin gevlekte witachtige eieren per broedsel.
Hij eet insecten welke hij heeft gevangen op de grond of na een korte rennende of half-vliegende achtervolging. Verder eet hij kleine wormen en slakken en in de winter ook zaden.
Hij roept in de vlucht een tweelettergrepig ‘tsjizzik’ of een enkelvoudig ‘tsjik’. Vanaf de zit post laat hij vaak een ‘tsjeliet’ horen. De kwetterende zang is gebaseerd op roepen.

Karakteristieke kenmerken
Witte kwikstaarten zijn zeer beweeglijke vogeltjes. Hij wipt continu met zijn lange staart. Zij zijn ook tamelijk agressief en houden soms een ‘gevecht’ met hun eigen spiegelbeeld, bijvoorbeeld in een glimmende wieldop van een auto. Witte kwikstaarten zijn trekvogels, de herfsttrekperiode voor deze soort is ongeveer van augustus tot in oktober. In die periode kan men regelmatig grote groepen aantreffen.                 De trekrichting van de witte kwikstaarten uit Nederland is voornamelijk zuid-westelijk. De witte kwikstaart trekt niet uitsluitend naar overwinteringsgebieden, soms verplaatst een deel van de kwikstaarten zich naar een andere streek wanneer de weersomstandigheden daarvoor aanleiding geven. Winterwaarnemingen op gunstige plaatsen zijn in Nederland niet zeldzaam.

Categorieën: Wildzang

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *